Blogopmaak

ACTIEPLAN voor de aanleg van een voedselbos

Hugo Der Kinderen • jan. 04, 2021

Algemeen

  1. Het is best om geen voorafgaande grondwerken uit te voeren, ook niet als je start op een grasveld. Ploegen is zeker uit den boze, omdat de beperkte gezondheid van de bodem nog verder bedreigd wordt (bacterieleven verstoord, uitdroging, CO2 verlies). Laat de bestaande begroeiing voor wat ze is en beperk je tot selectief maaien als je een open plek wil maken om iets aan te planten. Stop ook onmiddellijk met elke vorm van bemesting.

  2. Als je start van een grond die bedekt is met houtachtig gewas of zelfs vanuit een monocultuur-bos of bomenakker dan is het best om de bestaande begroeiing niet integraal te verwijderen. Er is al een -zij het beperkt- natuurlijk evenwicht en dat willen we niet nog verder verstoren, maar eerder ontwikkelen en versterken. Kies daarom zorgvuldig de plekken uit waar je een nieuwe boom of struik wil planten en maak daarvoor voldoende ruimte vrij. Vooral lichtinval is belangrijk om de nieuwe plant te laten groeien. Hou er rekening mee dat de nieuwe plant meer ruimte nodig heeft naarmate hij groeit en dat dus later eventueel enkele buurplanten moeten gerooid worden. Als je vertrekt van een dicht bos dan is een uitdunning misschien een goede start. Daarvoor is een vergunning nodig, maar het levert ook meteen inkomsten op voor je verdere plannen.

  3. Wat je zeker moet vermijden is dat er onbedekte grond ontstaat. Mulchen van bij de start is zeer aan te raden, vooral rond de verse aanplant. Dit zal enerzijds de uitdroging sterk beperken en anderzijds de ontwikkeling van een gezonde bodem bevorderen. Aarzel niet om maaisel van gras en onkruiden hiervoor te gebruiken. Naarmate de groei van de tuin vordert, zullen droge bladeren helpen om de bodem bedekt te houden. Eventueel snoeihout hoeft dus ook niet verwijderd te worden, maar mag ter plaatse verteren. Dat geldt zowel voor takken van nieuwe aanplant, als voor planten die je geleidelijk wil verwijderen naarmate je gelaagde tuin groeit.

  4. Doe je nieuwe aanplant bij voorkeur in het najaar. Dan heeft de plant de hele winter om z’n wortelstel te ontwikkelen. Bij een droge zomer heeft hij ook meer kans om te overleven en je zal minder moeten begieten om afsterven te voorkomen.

  5. Hou van bij het begin rekening met de gelaagdheid die je op termijn wil creëren. Dat doe je door de hoge bomen voldoende ver uit elkaar te zetten en te voorzien welke lagere bomen en struiken je in hun buurt wil zetten. Denk er ook aan dat je aan de noordzijde van bomen altijd meer schaduw zult hebben dan aan de andere drie zijden. Aan de zuidkant zal alle verdere aanplant altijd de heetste zon moeten verdragen.

  6. Als je naast bestaande hoogstammige bomen gaat aanplanten dan volstaat misschien een gelaagde bosrand. Daar wordt minder dicht op elkaar geplant en ontbreekt wellicht een deel van de toplaag. De toplaag is immers al aanwezig, al is het gedeeltelijk.

  7. Als je niet begint met kleine planten en meteen een behoorlijke boom wil planten, let dan op voor windschade. Zeker wanneer je aanplant in een open vlakte. Gebruik een steunpaal om te voorkomen dat de jonge plant teveel door de wind wordt bewogen en zich moeilijk kan verankeren. Eén paal is een minimum (aan de windzijde zetten). Maak de jonge stam zo hoog mogelijk vast aan de steunpaal en gebruik liefst een rubberen band om schuurschade te voorkomen. Eventueel kan je werken met drie touwen die in een driehoek aan een grondpiket zijn vastgemaakt.

  8. Probeer bij het aanplanten al rekening te houden met een pad dat je door de gelaagde tuin wil laten lopen.



Het eerste jaar

Een gelaagde tuin plant je niet in een keer aan, maar wordt in de loop van enkele jaren ontwikkeld. Daardoor spreid je de kosten van aankoop van planten en van het werk dat ervoor nodig is en het heeft bovendien een natuurlijk voordeel. Sommige planten die je graag aanplant, hebben schaduw nodig om goed te ontwikkelen. Zolang er onvoldoende schaduw is, omdat je bv. van een grasland start, heeft het niet veel zin om deze planten al te zetten. Een voorbeeld hiervan is zeker de blauwe bes of bosbes. Deze bedenking geldt trouwens voor de meeste vruchtdragende struiken.


  1. Start met de aanplant van de hoogstammen die voor de nodige schaduw en windbescherming zorgen. Zet ze voldoende ver uit elkaar. Voor wilde soorten zoals eik, beuk, linde, tamme kastanje, … is de gewenste plantafstand al gauw 20 meter. Zeker als er nog wat kleinere bomen tussen moeten komen.

  2. Je kan het eerste jaar ook al de middelgrote bomen zetten, zoals fruitbomen. Hun hoogstammen worden minder hoog dan wilde hoogstammen en kunnen dus in afwisseling met de wilde hoogstammen gezet worden. Hoewel het een struik is, behoort de hazelaar, omwille van zijn hoogte, eerder tot de middelgrote bomen. Hij heeft bovendien niet veel hinder van rechtstreekse zon. Toch is op termijn de gedeeltelijke schaduw van een hoogstammige in de buurt wel een natuurlijk voordeel.

  3. Koop je fruitbomen best bij een boomhandel in de buurt. Zij hebben een geschikte onderstam geselecteerd, die het in de plaatselijke grondsoort goed doet. Voor wilde soorten heeft dit geen belang.

  4. Er zijn kleinere soorten (struiken) die geen probleem hebben met veel zon. Die kan je dus ook meteen planten. Het voordeel is dat op die manier sneller een bosachtige omgeving ontstaat.

  5. Respecteer aan de buitenkant van het perceel met hoogstammige bomen voldoende plantafstand naar de perceelgrens. Baken de perceelgrens af met een heg of houtkant. De struiken in deze hoeven niet allemaal voedsel-dragend te zijn. Ze vormen sowieso een aantrekkelijke omgeving voor vogels en insecten. Voor de bestrijding van de eikenprocessierups zijn sommige soorten heel behulpzaam. De houtkant of heg helpt ook vrij snel om wind op te vangen, wat een groot voordeel is voor je overige plantgoed.

  6. Zet al je bomen niet op een rij, maar eerder geschrankt. Zo beschermen ze elkaar beter tegen de wind, wat in de eerste jaren van groot belang is.

  7. Sommige bomen hebben een soortgenoot nodig voor de bevruchting. Daar moet je dus meteen minimaal twee exemplaren van planten. Beperk dan ook hun onderlinge afstand. Om voldoende diversiteit te verkrijgen, vermijd je wel best dat alle bomen en struiken per soort gegroepeerd worden. Afwisseling is de regel.

  8. Zorg dat je water in de buurt hebt om tijdens droge periodes een handje toe te steken om je aanplant door het eerste jaar te loodsen. Een permanente waterplas komt ook de vogels en andere bosbewoners ten goede en versterkt zo het natuurlijk evenwicht.

  9. Leg in elk geval een schijf dood organisch materiaal of ‘mulch’ rond elke aangeplante boom.

  10. Maak in je plantenselectie voldoende plaats voor stikstof-bindende planten. Zij halen stukstof uit de lucht, wat een klimaatvoordeel oplevert. Bovendien stellen ze die stikstof via wortelknolletjes ter beschikking aan naburige planten, wat zorgt voor natuurlijke bemesting.



De volgende jaren

Voor de verdere ontwikkeling van je gelaagde tuin, volg je de logica van groot naar klein. Elk nieuw plantseizoen voeg je dus planten toe, gebruik makend van de bescherming die de bestaande planten reeds bieden.


Wil je graag uitbreiden met lage planten, zoals aardbeien, rabarber en kruiden en/of zelfs met een-jarigen, zoals koolsoorten e.d.? Dan is het raadzaam om in het najaar vooraf een stuk(je) grond klaar te maken door een licht-dichte bescherming aan te brengen. Een laag karton of een metalen golfplaat op de grond leggen, is een geschikte en handige methode.

Aarzel niet om een plant bij te snoeien of zelfs te verwijderen als blijkt dat hij op de verkeerde plaats staat.


Het is ook goed om zelfs na de eerste jaren nog grotere exemplaren bij te planten, zodat niet alle bomen en struiken dezelfde leeftijd hebben.


Paden kan je best onderhouden door ze enkele keren per jaar met een bosmaaier open te maken. Het vrijgekomen gras is prima om de bodem te bedekken rond je nieuwe aanplant. Uiteraard kan het ook zonder maaien; dan heb je nog meer een natuurlijk bos.



Zodra de bomen het toelaten, kan je reeds nestkasten voor vogels installeren. Ze helpen om de natuurlijke omgeving te creëren die je zo snel mogelijk wil ontwikkelen.


TIP: zodra je een aantal planten in de was hebt, kan je zelf planten vermeerderen. Sommige laten zich gemakkelijk stekken of gewoon zaaien. Zo bespaar je op plantgoed en kan je ook uitwisselen met andere ‘gelaagde bossers’.


VEEL SUCCES EN PLEZIER!

18 okt., 2022
Gisteren waren wij op bezoek bij Mieke. Afwezigen hadden weeral ongelijk. Op 3 jaar tijd hebben Mieke en Guy van een puur grasland van een kleine 3.000 m2 een oase gemaakt van bloemen, kruiden, eetbare planten, voedselbosrand, fruitbomen, bessenperk, enz. ... TOPPIE . Zelfs met een verplaatsbare serre op wielen:) Permacultuur staat bij Mieke en Guy hoog in het vaandel. Men kan er zelfs een heus rietveld bewonderen waar al het "grijze" water afkomstig van het woonhuis omgezet wordt in helder herbruikbaar water voor zowel huis & tuin. Twee waterputten van telkens 10.000 liter worden op deze wijze gevuld. Een kleine 2 uren later zat ik terug in de wagen richting Antwerpen met verse ideeën en plannen voor volgend seizoen. Dank u Mieke om tijd te maken om ons onder te dompelen in uw Tuin van (H)eden .
door Annick Hollebeke 18 okt., 2022
In deze ecologische voedseltuin wordt volop ingezet op eetbaar en sierlijk. Er is heel veel aandacht voor bloeiende planten het jaar rond. 12 maanden lang vind je hier één of meerdere bloeiende struiken, vaste planten of bloeiende groenten. Dit maakt deze tuin het jaar rond aantrekkelijk voor bestuivers, vogels …. Oktober is de maand van de oogst van appels, najaars- en wintergroenten, In de serre staan de bakken met plukgroen voor de winterslaatjes. In de tuin staan heel wat asters, die zelfs in deze droge periode nog zorgen voor kleur. Recent werd een waterzuivering op basis van bloeiende planten aangelegd met opvang van het gezuiverde water. Op die manier kan het water hergebruikt worden. In de vloeibeemden van de Kleine Nete , die deel uit maken van de tuin, staan momenteel 4 Galloway runderen die zorgen voor een extensieve begrazing. Het overvloedige opschoot van schietwilg en de uitbundige uitbreiding van Japanse Duizendknoop hopen ze met de runderen onder controle te kunnen houden. Annick is zeer gepassioneerd en weet ontzettend veel over het leven volgens seizoenen. Ze deelt deze kennis graag met zoveel mogelijk mensen. Verslag van Vincent Deleu: 16 oktober, wat een prachtige dag! Superlatieven schieten te kort! Een feest, ik zou zelfs durven schrijven een waar “tuin-orgasme”. Niet alleen de prachtige tuin, uitzonderlijke planten, ware verhalen en droomachtige beelden maar vooral, …. vooral de charme van Annick onze gastvrouw sprak boekdelen. Wij bevinden ons in Kessel bij Nijlen bij Annick en Johan in hun “Voedseljungle” In 1985 aangekocht, lichtjes bouwvallig huisje en een tuin met veel verharding. Pure-zure-zandgrond. Dit was 37 jaar geleden hun tuin-startmoment. Het was en is nog steeds hun droom. Via input van enkele tuinarchitecten maar vooral door eigen ondervinding is hun jungle een droom, een bezienswaardigheid in al zijn aspecten. Kempische vijgen, Kiliaanappel, Red Sentinel, Szechuanpeper, Franse uiensoepboom, Acanthus, Chileense Guave (Ugni) en noem maar op. Alles is de revue gepasseerd . Zelfs een poterietuin hebben ze in Kessel! Theunisbloemen, Cornus Mas, Udo, Cornus Kousa en groene asperges. Johan -beau comme son fils- en echtgenoot van … is een ware God in de keuken . Vooral patisserie en taarten zijn zijn ding. Allen hebben kunnen genieten van verschillende Limburgse taarten met peer, appel, druiven en pruimen. Verse koffie, verschillende soorten thee en druppeltjes eigen gemaakte likeur. Het kon echt niet op. Man, man, man, … geen miserie, geen miserie, geen miserie. Enkel leuke quotes blijven toch bij: o Proporties moeten kloppen o Parasollekes in de tuin o Maak je eigen plantgoed o Maar vooral “Bloeien van het regenwater” Lieve Annick, beste Johan, In naam van een goed 20 bezoekers onze oprechte dank voor deze formidabele voormiddag. Mogen wij volgende week terugkomen ?
door Annick Hollebeke 23 aug., 2022
De Delanttuin...
door Vincent Deleu 22 feb., 2022
Zaterdag 16 april 2022 om 14:00 uur
door Marcus Van Loon en Vincent Deleu 17 feb., 2022
Een wilde oase van jonge bomen en allerlei struiken op een groen tapijt van opschietend onkruid… overal eetbare blaadjes, vruchten en bloempjes… dit is ’t Loonse voedselbos in Kalmthout waar de natuur (h)eerlijk voedsel voortbrengt! Via onze zomerse rondleidingen maken we je graag deelgenoot van deze nieuwe bewustwording zonder voetafdruk.
door Kathleen Van den Steen 11 jan., 2022
Twee voedselbossen als inspiratiebron: Bekijk hier de masterclass-film van ILVO, Agroforestry Vlaanderen . De film duurt 45 min (advertentie overslaan)
door Bénédicte Hottlet 09 jan., 2022
5 goede redenen om brandnetels in je voedselbos en gelaagde tuin te integreren Wereldwijd bestaan er 35 soorten brandnetel. In onze contreien kennen we de grote en de kleine. De eerste (Urtica Dioica) is meerjarig en kan wel bijna 3 meter lang worden. Ze heeft een sterk vertakte wortelstok die ondiep groeit, maar zich wel wijd kan verbreiden. Haar groei is een indicatie van ‘verstoorde’ en te rijke grond die nog niet in evenwicht is. De kleine brandnetel (Urtica Urens) is eenjarig, éénhuizig met penwortel en wordt niet hoger dan 60 centimeter. Deze soort komt pas later bovengronds, rond mei en geeft een indicatie voor grond in evenwicht. Als je een voedselbos wil dan nodig je veel spontaniteit en onvoorspelbaarheid uit. Brandnetel is daar een van de nuttigste voorbeelden van. Ziehier 5 goede redenen om de groei van brandnetels in je gelaagde tuin of voedselbos aan te moedigen! 1. Biodiversiteitswaarde van de brandnetel De brandnetel groeit overal : aan bosranden, op vuilstortplaatsen of verwaarloosde plekken. Het is een plant die goed gedijt op rijke bodem. Waar teveel stikstof in de bodem zit, o.a. door meststoffen, groeit ze uitbundig en verdringt er fragiele inheemse planten. Dat kan een bedreiging vormen voor de biodiversiteit. Waar echt een overdaad aan brandnetels groeit, is de bodem vaak van slechte structuur, stikstofrijk, humusrijk, ijzerrijk. Vaak betreft het ook een bodem vol dierlijke organische stof, bijvoorbeeld wanneer boeren er veel gieren. In de schaduw zijn brandnetels minder enthousiaste groeiers, dus hoe hoger bomen en struiken groeien, des te minder brandnetels je zal zien. Anderzijds is de brandnetel van grote waarde voor het leven van talloze dieren . Juist omdat de brandnetel veel stikstof bevat, trekt zij dieren aan. Voor de meeste planteneters heeft een verhoging van het stikstofgehalte een positieve invloed op hun groei, overleving en voortplanting. Veel insecten zijn dus afhankelijk van deze inheemse topper, zoals dag- en nachtvlinders, wantsen, enkele slakken, cicaden, snuitkevers, glanskevers en bladluizen. Bovendien trekken brandnetels wel vijftig dag- en nachtvlindersoorten aan! Brandnetel dient dan niet alleen als voedselgewas, maar ook om eitjes te leggen. De vlinders landkaartje, dagpauwoog, atalanta, brandnetelmot, bruine snuituil, kleine vos en gehakkelde aurelia, zijn enkele van de vele soorten die genieten van de brandnetel. Verder hebben tal van vogels voordeel bij de brandnetel. Zo maakt de tjiftjaf een bolvormig nest dat meestal in een dichte wirwar van brandnetels en andere begroeiing vlak boven de grond ligt. De proteïnerijke rupsen op de brandnetel zijn voor kool- en pimpelmezen een lekkere hap. Brandnetelzaden zijn dan weer uitstekend voedsel voor de heggenmus. Het is zeer nuttig om in je tuin of voedselbos een of meerdere plekken te behouden waar je alles gewoon laat gebeuren. Dikwijls zijn dit plekken waar je met een machine niet bij kunt en die je daardoor vergeet. Daar groeien dan wilde planten, zoals bv. de brandnetel. 2. Brandnetel in de tuin: mulch, gier en compostverbeteraar Netels groeien goed waar heel veel stikstof of fosfaten in de grond zitten. Dat zijn namelijk de belangrijkste voedingselementen van een plant. Zodra die voorraad opgebruikt is, verdwijnen ze geleidelijk van die plek. Daardoor bevatten brandnetels ook veel voedingsstoffen en is brandnetelgier een beproefd middel om te bemesten, om sterkere planten te bekomen en ziekten of plagen te weren. Recept van brandnetelgier : Brandnetelgier is een vloeistof, gemaakt van gefermenteerde brandnetels en zeer rijk aan voedingsstoffen. 1. Neem een grote hoeveelheid netels en stop deze in een emmer. 2. Kneus de stelen en de bladeren met een stok en plaats een gewicht (steen of tegel) op je gekneusde netels. 3. Bedek je netels tot ze net onder water staan (niet meer dan 3/4 van je emmer). Gebruik bij voorkeur regenwater; leidingwater bevat chloor en dat is niet goed voor je brouwsel. 4. Plaats je emmer in een half-zonnige plaats, weg van je huis omwille van de vreselijke stank na een tijdje. 5. Na een paar dagen begint je brandnetelgier te fermenteren en dus voedingsstoffen vrij te geven aan het water. 6. Roer regelmatig in het brouwsel. 7. Je mengsel heeft tot drie weken nodig bij koude temperaturen om optimaal te zijn, in de zomer doe je er maar 10 dagen over. 8. Zodra het bubbelen stopt, is je brandnetelgier klaar voor gebruik. 9. Zeef het mengsel af en verdun het: 1 deel op 10 delen water. Bij het opzetten van een composthoop kunnen flinke hoeveelheden brandnetels -uiteraard vooraleer ze in zaad staan- de compost zowel verbeteren als versnellen. Omdat ze de capaciteit hebben om verschillende mineralen en sporenelementen te binden, komen deze elementen weer vrij als compost. Je kan ze natuurlijk ook gebruiken als mulch -gewoon plukken en onverwerkt neerleggen als bodembedekking- onder je bessenstruiken of andere aanplantingen. Brandnetels trekken ook bladluizen aan, waardoor andere aanplantingen gespaard blijven van de luizenvraat. 3. Brandnetel als superfood De jonge brandneteltoppen van planten die 15-20 cm hoog zijn kan je eten . Je plukt dan de bovenste 10 centimeter met stengel. Maart-april is daarvoor het uitgelezen moment. Als je regelmatig oogst kan je zo bijna het hele jaar blijven plukken. Je kan ook in de lente een reserve aanleggen door de verse bladeren te laten drogen. Zodra de brandnetel in bloei staat is hij niet meer geschikt voor consumptie. Brandnetelblad is zeer rijk aan voedingsstoffen: ijzer, calcium, magnesium, kalium, aminozuren, b-vitamines . We mogen de brandnetel gerust beschouwen als superfood! Je kan het blad op het laatst toevoegen aan om het even welke soep. Je kan het ook kort blancheren en eten als bijgerecht. Bovendien kan je het rauw toevoegen aan smoothies of in kruidenazijn, verwerken in quiche of pesto, opstoven als spinazie en verwerken in sauzen. Brandnetelchips zijn ook heel lekker. Je mengt vers gewassen brandnetel met 10 procent van dat gewicht aan olie en zeer weinig zout en verwarmt dit 60 graden in de oven, zodat het droogt zonder te verbranden. Samen met wat appels en selder in de centrifuge krijgt je een heerlijk dynamiserend sapje. Of maak er een infuus van (een zevental minuten), ideaal om te ontgiften. De niet-prikkende zaadjes zijn ook eetbaar. Men noemt ze de ‘red bull’ van de natuur. Tijdens de zomer kan je het rijpe groene brandnetelzaad, dat in kleine trosjes aan de top van elke brandnetel hangt, verzamelen. Dit kan je toevoegen aan je yoghurt of muesli ’s morgens, in sla en in zelfgebakken brood. Vroeger werden brandnetelzaden standaard gegeven aan mensen die wat moesten aansterken en dat zegt genoeg over het nut van deze veelzijdige plant. 4. Brandnetel als medicijn Brandnetel drijft vocht af, reinigt het bloed en is ontstekingsremmend . Bovendien prikkelt zij de stofwisseling en kan ze perfect worden ingezet om voorjaarsmoeheid te bestrijden. Brandnetel verbetert ook de immuniteit en vermindert allergische verschijnselen. Het is een onderdeel van theemengsels tegen reuma, jicht of gal- en leverproblemen. Brandnetel is dus een bloedzuiverend kruid in de zin dat het invloed uitoefent op alle organen die het lichaam zuiveren . Het is eigenlijk een tonicum voor ons hele lichaam: het ondersteunt de nieren, de lever en de darmen. Bijwerkingen zijn een stralende huid, sterke nagels en glanzend haar. Ideaal om als voorjaarszuiveringskuur te integreren na de winter. Brandnetel is ook gekend om zijn versterkende en helende werking op de bijnieren. Bij uitputting, burn-out of een overdosis stresshormonen vermindert een kuur van een aantal weken brandnetelthee of inname van brandnetelzaadjes je stressgevoeligheid en doet het je energie toenemen. Het is inderdaad een adaptogeen kruid en heeft dus geen instant effect. Bij consequente en langdurige inname is het wel herstellend en versterkend voor het zenuw- en hormoonstelsel. Netelzaadtinctuur maken is daarom zeker ook een zinvolle optie. 5. Andere toepassingen van brandnetel Schoonheidsproduct Brandnetel is zeker nuttig voor wie last heeft van vet haar of haaruitval. Een tonic op basis van brandnetel kan je gemakkelijk zelf maken. Doe een handvol verse brandnetel in ¼ liter water. Laat 2 uur sudderen; zeven, uitdrukken en afvullen in flesjes. Wrijf met een ruime hoeveelheid iedere avond je haardos in en het wordt zacht en glanzend. Dierenvoeder De meeste dieren mijden de brandnetel als de pest, maar in gedroogde toestand vinden ze het een lekkernij. Snij dus gerust een portie af en droog ze voor de kippen of konijnen. Vermaal de gedroogde plant, zodat die niet meer zo fel prikt en meng regelmatig een beetje onder hun voeder. Je kippen zullen meer eitjes leggen en een mooier verenkleed krijgen. De konijntjes krijgen er een superzacht, fluwelig pelsje van. Hun algemene conditie gaat er werkelijk op vooruit. Verf Met brandnetel kan je groentinten maken voor het vervaardigen van een natuurlijke aquarelverf of om bijvoorbeeld stoffen mee te kleuren. Wil je paaseieren verven? Leg dan eens een mooi plantblaadje op een ei, bind daar een stukje pantykous omheen en kook het ei in een al voorgetrokken en diep getinte thee met gedroogde brandnetel of hondsdraf. Weetje: in Engeland werden in 1942 tonnen brandnetels gebruikt ter vervaardiging van een groene camouflagekleur. Papier Dit kun je zelf maken van allerlei plantenvezels en bij voorkeur van planten met lange vezels, zoals … de brandnetel. Net zoals vlas en hennep kan ook brandnetel gebruikt worden voor de productie van touw of kleding. Het werd bijvoorbeeld in de Eerste Wereldoorlog gebruikt om soldatenkledij van te maken bij gebrek aan katoen. Ook de gekende neteldoek kent hier zijn oorsprong. Om touw te maken verzamel je lange brandnetels en ontdoe je die van hun bladeren. Vervolgens klop je met een steen of dik stuk hout de bast plat. Deze kunt je dan uiteenrafelen in lange rangen. Die twijn je vervolgens samen tot een touw of je vlecht ze. Hier kan je dan bijvoorbeeld smudgesticks mee samenbinden. Dit zijn kruidenbundels om als wierook te gebruiken. Conclusie Brandnetels mogen dus niet ontbreken in ons voedselbos en onze gelaagde tuin als we natuurlijk tuinieren hoog in het vaandel dragen. Wie de brandnetel kent, kan niet anders dan haar te beschouwen als een veelzijdige super-plant en dit zowel voor de biodiversiteit en het gebruik voor mens, dier en tuin. Laten we dankbaar gebruik maken van deze ongelofelijke cadeau van en voor Moeder Natuur ! 
door Kathleen Van den Steen 22 dec., 2021
20 jaar geleden kochten Carina Antonissen en Vincent Deleu een lap grond van 1,5 ha groot. Vandaag is het een waar voedselparadijs voor mens en dier en een trekpleister waar iedereen welkom is. Sinds oktober is de natuurtuin ondergebracht in een stichting waardoor de poort naar de natuurtuin nog meer openstaat om groepen mensen met open armen te ontvangen. Maak kennis met de waaier aan mogelijkheden Je kan er terecht voor rondleidingen, workshops, themafeesten of gewoon uitbundig genieten. We stellen de stichting graag aan je voor in deze presentatie . Locatie Neerstraat 111 2070 Zwijndrecht
door Wesley Lemoine 10 okt., 2021
Tuinen van hEden inspireert en verbindt mensen om op een duurzame manier gebruik te maken van de grondoppervlakte die zij ter beschikking hebben. Wie dit op een respectvolle en constructieve manier doet, draagt bij tot meer biodiversiteit en een gezondere voedselproductie. Bovendien heeft dit een positief effect op het klimaat en … op de eigen mentale gezondheid. Graag inspireren we jou met een interessante daguitstap naar Het Voedselbos en De Woudezel. We kijken er naar uit om kennis te maken! Het Voedselbos We zijn te gast bij Bert Dhondt, lesgever permacultuur en sinds 2000 bezig met het uitbouwen van Het Voedselbos in Nokere-Kruisem. Deze eetbare jungle verweeft biodiversiteit en voedselproductie op een duurzame en hoopgevende manier. Je kan er getuige zijn van een ecosysteem op zijn best en een uniek ontwerp van permacultuur in de praktijk. De Woudezel In Houthulst leidt Diderik Clarebout ons graag rond op zijn domein van 6ha om zijn kennis van eetbare en wilde planten met ons te delen. De verscheidenheid van plantensoorten die bij De Woudezel staan is zeer groot. Een belangrijk deel van zijn activiteit is het vermeerderen en opkweken van plantgoed. Dus wie op zoek is naar plantgoed kan hier zeker ook terecht. Praktisch Zaterdag 30/10/2021 – 09.45u Waregemstraat 29 – 9771 Kruishoutem Op basis van de inschrijvingen proberen we te carpoolen voor wie dit wenst. 10-12.30u Rondleiding in Het Voedselbos - Waregemstraat 29 - 9771 Nokere-Kruisem 12.30-13u Eigen lunch nuttigen in Het Voedselbos - koffie en thee worden voorzien 14-16.30u Rondleiding bij De Woudezel - Iepersteenweg 84 - 8650 Houthulst Inschrijven Door storting van 25 euro op rekening BE78 9734 1575 6986 op naam van Tuinen van hEden, met vermelding van "Uitstap 30/10 + je telefoon- of gsmnummer" aub. PS: Deze activiteit gaat alleen door bij voldoende inschrijvingen. Indien er niet voldoende belangstelling is dan verwittigen we jou telefonisch en storten wij je inschrijvingsgeld volledig terug. Hopelijk tot weldra! Het Tuinen van hEden-team
Meer posts
Share by: